Fig 26e Natte Koppeling Evolution Glides

1. Circlip

2. Circlip

3. Lager

4. Koppelingshuis

5. Koppelingsnaaf

6. Moer

7. Ongevoerde plaat

8. Friktieplaat

9. Drukplaat

10. Stelplaat

11. Circlip

12. Stelschroef

13. Moer

14. Diafragmaveer

15. Stelplaat

16. Ring

17. Bout

18. Borgring (alleen 1984-begin 1985)

binnenste voorste bevestigingsschroef van de kettingkast los-draaien voordat je de as kunt weghalen.

23. Los de bouten, waarmee de versnellingsbak op de kettingkast vastzit. Draai de bouten los, waarmee de kettingkast aan de voorkant vastzit. Bij sommige modellen zijn twee van deze bouten met draad geborgd. Draai de bouten los, waarmee de kettingkast tegen de versnellingsbak vastzit. Haal de bout(en) aan de achterkant van de kettingkast los. Bij modellen met vijf-versnellingsbak moet je twee van de bouten van de kettingkast aan de achterkant loshalen en zijn de andere twee vastgezet met borgplaatjes en borgdraad. Bij FLT-modellen haal je de bouten los, waarmee de harmonikarubbers van de ketting tegen de kettingkast bevestigd zijn. Haal zonodig het startrelais en de startmotor los (zie paragraaf 7).

24. Haal alle olieleidingen en/of ontluchtingsleidingen los, die op de kettingkast aangesloten kunnen zijn. Maak een tokening van de aansluitingen en markeer alle leidingen zodat je ze later weer correct kunt aansluiten. Tik met een zachte hamer en hou-ten blok de kettingkast vanaf de rechterkant gelijkmatig los van de versnellingsbak en haal hem weg. Haal de olietoevoerleidin-gen los van de achterkant van de kettingkast; let op de O-ring rond het uitsteeksel op het carter. Als bij het loshalen twee ringen zijn vrijgekomen, leg je die op de voorste twee tapeinden van de versnellingsbak naar de kettingkast.

9 Demontage motorblok: demontage ontsteking met vervroeging

1. Leg het motorblok op de linkerkant met het distributiedeksel omhoog. Zorg ervoor dat het werkvlak waarop het motorblok ligt goed schoon is. Gabruik zo mogelijk een rubber mat, zodat de gietstukken en pasvlakken geen schade oplopen. Voor je een onderdeel loshaalt, waarvan de positie instelbaar is (distributeur, grondplaat contactpunten etc.), markeer je die positie met een kraspeh op het onderdeel en het huis ervan. Bij de Glides van 1959-1962 moet je de voorste cilinder losgehaald heb-ben om ruimte te krijgen voor het weghalen van de groep.

Magneetontsteking 1959-1966

2. De magneetontsteking bij deze oudere modellen bestaat uit een induktiespoel, rotor, condensator, contactpunten en con-tactpuntennok. Bij de modellen van 1959-1964 is de ontste-kingsmagneet gefixeerd in de stand van maximaal vervroegde ontsteking. Bij de modellen van 1965-1968 is de ontste-kingsmagneet op een draaibare grondplaat gemonteerd, zodat je bij het starten de ontsteking kunt verlaten. Haal zonodig de negatieve accukabel, carburateur en bougies los.

3. Maak de massakabel bij de ontstekingsmagneet los. Als een toerenteller aanwezig is, haal je de aandrijving als volgt los:

trek de veerclip los, die de borgpen van de aandrijving borgt en haal de pen weg. Haal de toerentellerkabel en drukring los. Bij de modellen van 1965-1968 los je de klemschroef van de kabel van de ontstekingsvervroeging en schuif je de kabel uit de steun. Draai de moeren en bouten los, waarmee de magneet vastzit en trek hem uit het distributiehuis.

'Accu-ontsteking 1959-1985

4. Haal het ronde ontstekingsdeksel los van het distributiedeksel, waarop het bij modellen van 1971 t/m 1978 met schroeven en bij modellen vanat 1980 met klinknagels vastzit (zie alinea 9.9). De modellen t/m 1970 hebben een aparte distributeur, die hieronder behandeld wordt.

Modellen 1959-1970

5. Bij modellen met handbediende ontstekingsvervroeging los je de klemschroef en haal je de kabel los. De contactpunten-groep zit in de op het distributiedeksel gemonteerde distributeur. Deze zit vast met een klamp, die weer met twee schroeven vastzit. Draai de schroeven gelijkmatig los, haal de klamp weg en licht de distributeur uit het deksel. Bij de modellen van 1965-1970 draai je de moeren met ringen los, waarmee de grondplaat op de kolom vastzit. Haal de grondplaat los en draai de schroeven met ringen los, waarmee de kolom op het distributiehuis vastzit. Licht de as met het huis omhoog. Bij de modellen van 1966-1967 met automatische vervroeging, haal je de bouten en klamp los en haal je de contactpuntengroep van het distributiehuis af.

Modellen 1971-1978

6. Draai de centrale bout los, waarmee de contactpuntennok vastzit en draai de beide schroeven los, waarmee de grondplaat van de contactpunten vastzit.

7. Zet met de kraspen een kras op de grondplaat en het distributiehuis, zodat je de grondplaat later in de oorspronkelijke positie kunt monteren. Haal de grondplaat met contactpunten uit het ontstekingshuis.

8. Licht de contactpuntennok van zijn asje en haal de automatische vervroeger eronder weg.

Elektronische ontsteking eind 1978 en 1979

9. Boor voorzichtig met een 3/8"-boortje (9,53 mm) de koppen van de klinknagels, waarmee het ronde deksel van de ontsteking vastzit (als hiervoor geen schroeven gebruikt zijn). Licht de ontstekingsunit uit het distributiehuis nadat je het ronde deksel losgehaald hebt.

10. Draai de schroeven los, waarmee de grondplaat van de pick-up spoel vastzit en draai de bout los, waarmee de ontste-kingsrotor vastzit.

11. Haal de pick-up spoel los van de grondplaat, waarop hij

9.8a Licht de contactpuntengroep eruit 9.8b Trek de automatische vervroeger eronder los

10.2 Blokkeer de krukas en draai de kettingwielmoer los

10.3 Trek het kettingwiel zonodig met een trekker los

11.1 Haal het distributiedeksel voorzichtig zonder wrikken los

11.2 Haal de carterontluchter los

11.1 Haal het distributiedeksel voorzichtig zonder wrikken los

11.2 Haal de carterontluchter los

10.2 Blokkeer de krukas en draai de kettingwielmoer los

10.3 Trek het kettingwiel zonodig met een trekker los vastgeschroefd is en maak de draad van de ontstekingsunlt naar de grondplaat los.

12. Licht de grondplaat van de pick-up spoel van zijn plaats en trek de rotor van de vervroeger af. Haal de vervroeger nu uit het compartiment.

Elektronische ontsteking modeller) 1980-1986

13. Verschillen t.o.v. de ontsteking van de vorige modellen zijn de vacuumbediende elektrische schakelaar (VOES) bij de modellen vanaf 1983 en de automatische elektronische vervroe-

ging-

14. Met een 3/8"-boortje (9,53 mm) boor je voorzichtig de klink-nagels weg, waarmee het ontstekingsdeksel vastzit. Haal het deksel weg. Draai de schroeven los, waarmee het binnenste deksel vastzit en haal ook dit deksel met zijn pakking weg.

15. Maak de bedrading tussen de grondplaat van de pick-up spoel en de ontstekingsunit los. Markeer de draden en hun po-sities in de stekker en haal dan de draden los uit de stekker aan de kant van de grondplaat van de pick-up spoel.

16. Draai de schroeven met borgringen los, waarmee de grondplaat van de pick-up spoel vastzit in zijn compartiment en trek de grondplaat eruit. Trek de draden 66n voor 66n door de opening in de wand van het compartiment.

17. Draai de schroef met ring in de rotor los en haal de rotor weg.

18. Wrik voorzichtig de oliekeerring van het nokasje los.

19. De VOES van de modellen vanaf 1983 hoef je niet los te ha-len of los te koppelen om de onderdelen van de ontsteking uit het compartiment te kunnen halen.

10 Demontage motorblok: demontage kettingwiel versnellingsbak

Sportsters (Glides zie paragraaf 13)

1. Haal het kettingwieldeksel los en haal de drie koppelings-drukstiften uit de primaire versnellingsbakas, als je dat nog niet gedaan hebt.

2. Houd het kettingwiel stevig tegen door er bv. twee kettingtan gen omheen te wikkelen of door met de motor in een versnel ling het rempedaal ingedrukt te houden. Buig de borgplaat van de kettingwielmoer recht en draai de moer los met een passende sleutel; deze moer zit behoorlijk vast. Bij de Evolution Sportsters zit de kettingwielmoer geborgd met een inbusbout NB: de kettingwielmoer van de Glides heeft linkse schroel draad en draai je dus met de klok mee naar rechts los.

3. Als het kettingwiel erg vast zit op de uitgaande versnellings bakas, trek je het met een passende trekker los. Gebruik hier voor geen bandenlichters o.i.d.

11 Demontage motorblok: demontage distributiedeksel en nokassen/nokkenas

1. Draai de dop van het oliegaasfilter los en licht de O-ring, de veer voor het filter en het gaasfilter zelf uit de rand van het dis-tributiehuis. Het gaasfilter kan gefixeerd zijn met een uitspa-ring, zodat je het filter eerst moet draaien voor je het eruit lichl. Draai gelijkmatig en kruislings de schroeven of bouten los, waarmee het distributiedeksel tegen het carter vastzit. Draai bij Glides van v66r 1970 de schroef met koperen ring van de olie-

+1 0

Post a comment